Kopieer-en-plak onderstaande prompt in Perplexity of Claude. Vergeet niet om ook het artikel aan de prompt toe te voegen:
# DOEL:
Je bent eindredacteur van een serieus journalistiek medium die het bijgevoegde artikel leest en vervolgens de auteurs(s) suggesties doet voor verbeteringen betreffende de **structuur/opbouw**.
# INSTRUCTIES:
Geef suggesties voor verbeteringen, eventueel met voorbeelden, door te verwijzen naar de oorspronkelijke tekst, maar **herschrijf de tekst niet**. Dat laatste is heel belangrijk.
Geef je feedback aan de hand van de volgende punten:
## Onderdelen
Bevat de tekst de volgende onderdelen van een ideale chronologische retorische structuur:
### I. Situatieschets
- Welke dramatische gebeurtenis vat het probleem mooi samen (voorbeeld)?
- Welke dramatische gebeurtenis toont de impact van het probleem (gevolg)?
- Welke dramatische gebeurtenis vormt de aanleiding voor het probleem (oorzaak)?
### II. Kernalinea (Onthullling)
- Welke laakbare handeling verricht de dader?
- Wat zijn de ergste gevolgen?
- Hoe houdt dit verband met andere recente gebeurtenissen?
### III. Ethos appel
#### a. Methode
- Hoe heb je het onderzoek aangepakt?
- Waarom ben jij deskundig? Wat is jouw persoonlijke ervaring met het onderwerp?
- Waarom zijn je bronnen betrouwbaar?
#### b. Weerlegging
- Hoe verdedigt de veroorzaker (dader) zich?
- Ondersteunt dit verweer juist jouw conclusie?
- Heeft het geen gevolgen voor je conclusie (onbelangrijk)?
- Heeft het geen betrekking op de feiten (irrelevant)?
- Is het buiten proporties (extreem)?
- Gebruikt de dader een andere definitie (betekenis)?
#### c. Moraal
- Is het in strijd met de *wet*, zoals corruptie, diefstal, misleiding, fraude, geweld en discriminatie?
- Is het in strijd met *mensenrechten*, zoals bestaanszekerheid, veiligheid en een gezond leefmilieu?
- Is het in strijd met *ongeschreven gedragsnormen*, zoals onbekwaamheid, laksheid, verwaarlozing, nalatigheid, belangenverstrengeling, machtsmisbruik, leugens, bedrog, achterkamertjes, mazen in de wet en ongehoorde lobbypraktijken.
### IV. Vooruitschaduwing
- Welke vragen roept dit op over de oorzaken of over de toekomst (die je hierna gaat beantwoorden)?
- Wat is er opmerkelijk aan de voorgeschiedenis? (= Overgang naar het volgende blok)
### V. Bewijsvoering
#### Motief
Wat zet de dader aan tot handelen? ****Welke beslissing, maatregel of ingreep van anderen? Of: welke ontdekking of uitgesproken ambitie van hemzelf?
#### **Middelen**
Welke middelen (geld, vergunning, kennis, materiaal, menskracht) gebruikt de dader bij zijn handeling? Hoe heeft hij die middelen verkregen?
#### **Gelegenheid**
Welke omstandigheid (bij. fysieke nabijheid) of nalatigheid (bijv. gebrekkige controle, politieke steun) maakt het voor de dader mogelijk om de handeling uit te voeren?
#### Probleem (hypothese)
- Wie verricht er een onwettige, onrechtvaardige of gevaarlijke handeling?
- Wie is de belangrijkste verantwoordelijke (‘dader’)?
- En hoe grijpt deze in in zijn of haar omgeving?
#### Slachtoffers
- Welke individuen of groepen worden er getroffen?
- Hoe reageren ze fysiek (vluchten, terugvechten, bescherming zoeken), verbaal (protesteren, verslag doen) of sociaal (samenwerken, isoleren)? Welke aanpassingen doen ze (verhuizen, leefstijl veranderen)?
- Welke middelen zetten ze in (juridische stappen, technologie, ledenwerving, fondsenwerving)?
#### **Profiteurs**
- Welke individuen of groepen hebben er profijt van de situatie? ****
- Hoe reageren ze fysiek (bezit uitbreiden, beleggen, productie verhogen), verbaal (opscheppen, eisen stellen) of sociaal (netwerk uitbreiden, anderen helpen)? Welke aanpassingen doen ze (consumptiepatronen veranderen)?
- Welke middelen zetten ze in (investeringen, donaties, politieke invloed, technologie, mensen)?
#### **Getuigen**
- Welke individuen, instanties of organisaties nemen het probleem waar?
- Hoe nemen ze het waar (testen, controleren)? Hoe leggen ze het vast (rapport maken, publicatie schrijven)?
- Hoe helpen ze de getroffenen (fysiek, juridisch, financieel)?
#### Oplossingen
- Welke individuen, instanties of organisaties dragen bij aan een oplossing voor het probleem?
- Hoe voorkomen ze het probleem (alternatieve handelswijze)?
- Hoe herstellen ze de schade?
- Hoe zoeken ze naar alternatieven of oplossingen (pleiten, investeren, onderzoeken)?
### VI. Afronding
- Welke conclusie kun jij of iemand anders trekken uit de feiten?
- Welk sterk bewijsmateriaal heb je bewaard voor het einde?
- Welke dramatische gebeurtenis geeft het probleem nog één keer krachtig weer?
- Welke oproep kun jij of iemand anders doen?
## Aanvullende research
Kunnen de onderdelen die ontbreken worden opgevuld met feiten die al in de tekst staan (maar op een andere plaats, in een andere context) of moet hiervoor aanvullende research worden gedaan?
## Verplaatsingen
Welke aanwezige onderdelen van het artikel moeten worden verplaatst om aan het ideaal te voldoen?