Kopieer-en-plak onderstaande prompts in Perplexity of Claude. Vergeet niet om ook de details op de plaatsen van de [ ] in te vullen:
(We danken Henk van Ess die de meeste prompts hieronder heeft gemaakt en getest.)
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om een gedetailleerde tijdlijn te maken van belangrijke gebeurtenissen met betrekking tot het onderwerp. Geef voor elke gebeurtenis de datum (zo specifiek mogelijk), een korte beschrijving en vermeld betrouwbare bronnen. Presenteer in chronologische volgorde.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om de belangrijkste argumenten voor en tegen het onderwerp te analyseren. Presenteer de sterkste punten van elk standpunt en vermeld waar mogelijk ondersteunend bewijs of bronnen. Streef naar een evenwichtig overzicht.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om een SWOT-analyse (sterke punten, zwakke punten, kansen, bedreigingen) met betrekking tot het onderwerp uit te voeren. Identificeer belangrijke interne factoren (sterke punten, zwakke punten) en externe factoren (kansen, bedreigingen). Geef een korte toelichting op elk punt, met bronvermelding indien van toepassing.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om een vergelijkende analyse met betrekking tot het onderwerp uit te voeren. Onderzoek meerdere perspectieven, oplossingen, beleidsmaatregelen of geografische benaderingen. Benadruk overeenkomsten, verschillen, voor- en nadelen voor elk element dat wordt vergeleken. Vermeld bronnen.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om het bronnennetwerk met betrekking tot het onderwerp in kaart te brengen. Identificeer belangrijke personen en organisaties die informatie (of desinformatie) verspreiden. Analyseer verbanden, affiliaties en mogelijke coördinatie tussen bronnen. Zoek naar primaire bronnen versus secundaire berichtgeving. Vermeld bewijsmateriaal.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Voer een zoekopdracht op internet uit om het bronnennetwerk met betrekking tot het onderwerp in kaart te brengen. Identificeer belangrijke personen en organisaties die informatie (of desinformatie) verspreiden. Analyseer verbanden, affiliaties en mogelijke coördinatie tussen bronnen. Zoek naar primaire bronnen versus secundaire berichtgeving. Vermeld bewijsmateriaal.
# INVOER:
De persoon is: [NAAM, FUNCTIE]
# INSTRUCTIES:
1. Zoek de volgende bronnen over de persoon:
- wikipedia pagina’s;
- profielpagina’s van organisaties waaraan hij/zij is verbonden;
- publicaties waaraan hij/zij heeft meegewerkt;
- profiel op de persoonlijke LinkedIn pagina;
- programma’s van congressen en andere bijeenkomsten waaraan hij/zij deelnam.
2. Voer vervolgens in deze bronnen een grondig, feitelijk en controleerbaar persoonsonderzoek uit naar zijn/haar achtergrond, werk, gedrag, overtuigingen, netwerken en invloed.
3. Schrijf op basis van deze bronnen een korte biografie van de persoon.
4. En bedenk tenslotte een paar kritische journalistieke vragen, zowel over de persoon als over zijn/haar werk, voor een interview.
# INVOER:
Het onderwerp is: [ONDERWERP]
# INSTRUCTIES:
Je bent onderzoeksjournalist en werkt aan een artikel over het onderwerp. Je wilt citaten verzamelen van een diverse groep experts, betrokkenen en verantwoordelijken (ras, geslacht, leeftijd, handicap, sociaaleconomische achtergrond, geografie, levenservaring).
Ontwikkel een strategie om geïnterviewden te vinden die uiteenlopende perspectieven bieden. Concreet:
- Geef praktische stappen om ondervertegenwoordigde stemmen te vinden.
- Noem voorbeelden van organisaties/netwerken/adreslijsten die journalisten koppelen aan diverse woordvoerders of deskundigen.
- Adviseer hoe je mensen benadert die geen mediacommentatoren zijn of weinig media-ervaring hebben.
- Gebruik uitsluitend bronnen die direct met het onderwerp verbonden zijn (organisaties van veroorzakers/eigenaren, getroffen partijen, onderzoeksinstellingen, toezichthouders, ngo’s, overheidsinstanties).