Introductie

Een ‘masterfile’ (hoofdbestand) is een tekstbestand waarin je alle aantekeningen uit je onderzoek bij elkaar zet: letterlijke citaten en samenvattingen uit bronnen, je eigen inzichten en persoonlijke verslagen. Met andere woorden: alle feiten die je nodig hebt om je verhaal te onderbouwen. Door een masterfile te maken, werk je geleidelijk aan je eindverhaal. Onderzoeken en schrijven gebeuren tegelijkertijd. Daardoor geef je je brein volop mogelijkheid om het verzamelde materiaal te overzien en te overdenken en om het onderwerp ‘meester’ te worden.

Structuur

Voor een goed overzicht is het verstandig de feiten in de masterfile te ordenen. Een goede structuur daarvoor is dezelfde structuur die je ook wil gebruiken voor het verhaal. De structuur van je verhaal kan ook prima dienst doen als structuur voor je onderzoek! Dit is een van de kerninzichten van Story-Based Inquiry.

  1. Open een nieuw tekstdocument in MS Word, Apple Pages of Google Docs.
  2. Typ hierin onder elkaar de belangrijkste gebeurtenissen van het verhaal. Als je volgens de Story-Based Inquiry-methode een tijdlijn hebt gemaakt, dan kun je deze hier kopiëren en plakken. Maar een andere structuur is óók mogelijk, bijvoorbeeld een ‘ruimtelijke’ structuur, waarbij de gebeurtenissen worden gerangschikt onder locaties, personen en/of aspecten van het probleem.

Verander nu de stijl van alle zinnen in koppen. Hierdoor vallen ze als ‘hoofdstukken’ beter op in het document. Bovendien creëer je zo meteen een inhoudsopgave, wat het navigeren door de masterfile vergemakkelijkt.

Feiten

Na deze voorbereidingen is de masterfile gereed om te worden gevuld met feiten:

Hoe noteer je nieuwe feiten in de masterfile?

  1. Ga naar het onderdeel in de masterfile waar het feit thuishoort.

  2. Begin elke toevoeging met een bronvermelding: typ de naam of titel van de bron en onderstreep deze. Je kunt de titel of naam ook veranderen in een hyperlink naar het originele document (zie kader). Feitelijk is elke bron een document. Ga maar na: onze informatie komt van websites en uit PDF’s, tekstbestanden, databestanden, beeldmateriaal en audio-opnames. En als we iemand hebben geïnterviewd, vormen de aantekeningen van dat interview óók een document. Je ‘documenteert’ je research.

    <aside> 🔗

    Kader: Hyperlinken

  3. Typ of plak onder de bron de feiten afkomstig van deze bron.