Wat denk je dat er aan de hand is? Wat hoop je te onthullen?
De eerste, absoluut cruciale stap aan het begin van een onderzoek is om je vermoeden uit te drukken in een hypothese. Als je een vermoeden hebt, en je wilt onderzoeken of dat vermoeden klopt, probeer dat vermoeden dan zo concreet mogelijk te formuleren. Wat denk je dat er aan de hand is? Wat hoop je te vinden? Wat wil je onthullen? Door je speurtocht te beginnen met een antwoord op deze vragen, maak je het jezelf gemakkelijker en vergroot je de kans op succes.
Het antwoord is een hypothese. Volgens het woordenboek is een hypothese een ‘veronderstelling, gebaseerd op beperkt bewijs, die dient als startpunt van een onderzoek’ (Oxford Dictionary). Een hypothese is dus geen wild idee; het is een plausibele verklaring voor een reëel verschijnsel. Je formuleert je vermoeden in een krachtige zin om je vervolgens af te vragen: wat heb ik nodig om dit aan te tonen? Welke bronnen en welke feiten? Door het verhaal als het ware te projecteren, wordt het pad ernaartoe zichtbaar.
Als je met een hypothese begint, heb je meer kans van slagen omdat je vanaf het begin van je onderzoek gefocust bent op feiten die je vermoeden bevestigen of tegenspreken. De hypothese vertelt je of je op de goede weg bent, moet bijsturen of beter kunt stoppen. (Mislukkingen weten te voorkomen is óók een vorm van succes.) Ze maakt je gevoelig voor feiten en gebeurtenissen die jouw theorie ondersteunen of onderuit halen. Terwijl je door de bronnen ploetert, wordt je hypothese vanzelf scherper, concreter, plausibeler. Ongemerkt ben je steeds bezig je verwachting te toetsen aan de realiteit. Onderzoeksjournalistiek is geen kwestie van een bom laten vallen, maar van langzaam afpellen. Het is geen sprint, maar een marathon. ‘De waarheid wordt krachtiger dankzij onderzoek en reflectie’ aldus de Romeinse historicus Tacitus, ‘de leugen door haast en twijfel.’
Onderzoek doen blijft gekkenwerk, maar op zijn minst word je nu ‘gek’ op een gecontroleerde manier. De hypothese biedt ook houvast in de actuele discussie over journalistiek versus activisme: als je een theorie serieus verifieert, zal blijken of deze klopt of niet — ongeacht wat je vurig had gehoopt. In plaats van het woord ‘hypothese’ gebruiken sommige redacties andere termen voor een zin die hun vermoeden samenvat, bijvoorbeeld line of inquiry (onderzoeksrichting), baseline of focus.
Een hypothese is je hoop of verwachting uitgedrukt in één zin. Door deze zin op papier of op je scherm zo concreet mogelijk te formuleren, openbaren zich vanzelf de bronnen en vragen waarmee je het onderzoek kunt starten. Voor een bruikbare hypothese heb je nodig: een onderwerp, een werkwoord en eventueel zelfstandige naamwoorden, die allemaal verwijzen naar naar zaken die je kunt zien, verifiëren of bewijzen met bronnen, zoals mensen, voorwerpen en handelingen. De eerste opdracht is om zo’n concrete, onderzoekbare hypothese over je onderzoek te formuleren. Dat kun je doen in de volgende zes deelstappen:
Elk onderzoek begint met een vraag. Maak eerst een lijst van vragen (meervoud!) die bij je opkomen in verband met het onderwerp. In hoofdstuk 3 werd uitgelegd wat je kunt doen om tot originele onderzoeksvragen (invalshoeken) te komen. Kies daarna uit die lijst één vraag die volgens jou het allerbelangrijkste is: de hoofdvraag. Bijvoorbeeld het belangrijkste voor jouw lezers: wat raakt hun belangen het meest? Of het urgentste in verband met de actualiteit: welke vraag moet met voorrang worden beantwoord? Gebruik in je hoofdvraag in elk geval de woorden ‘wie’ en ‘wat’ of ‘hoe’. Bijvoorbeeld: ‘Wie zijn de grootste methaan-uitstoters in Nederland en wat doen zij om hun uitstoot te verminderen?’
De hypothese biedt een doel, een focus. Het maakt je alert op feiten en gebeurtenissen die je theorie ondersteunen of ondermijnen. Terwijl je je door je bronnen heen werkt, wordt je hypothese vanzelf scherper, concreter, aannemelijker. Onbewust blijf je je verwachting toetsen aan de werkelijkheid. Onderzoeksjournalistiek gaat niet om het droppen van een bom, maar om het langzaam afpellen van de lagen. Het is geen sprint maar een marathon. "Waarheid wordt versterkt door onderzoek en reflectie," schreef de Romeinse historicus Tacitus, "onwaarheid door haast en onzekerheid."
Wat denk jij dat het antwoord is? Wat is er volgens jou waarschijnlijk aan de hand? Wat hoop je te ontdekken? Of wat menen anderen dat er aan de hand is? (Je kunt namelijk ook een hypothese ‘lenen’ van iemand anders.) Je antwoord is... een hypothese!
De effectiefste manier om een hypothese concreet te maken, is door de zin te beginnen met een persoon of organisatie. Vraag je niet af ‘wat’ het probleem is, maar ‘wie’.
Dit is geen voor de hand liggende vraag; onze eerste reflex is immers om te vertellen wat we willen onderzoeken. ‘Wie ga je onderzoeken’ laat je op een andere manier kijken. Een directere manier. Journalistieke verhalen gaan immers over mensen. Niet over abstracte zaken zoals problemen, of systemen, of beleid. Het zijn menselijke beslissingen die ertoe leiden dat dingen gebeuren zoals ze gebeuren.
De vraag ‘Wie is er verantwoordelijk?’ is echter vaak niet eenduidig te beantwoorden. Meestal zijn er meerdere partijen die allemaal een stukje van de verantwoordelijkheid dragen. Wie moet je kiezen? Neem degene die een directe invloed heeft op de uitkomst, die in een positie verkeert waarin hij of zij de situatie direct kan veranderen, die de werkelijke macht heeft, die de belangrijkste beslissingen neemt.
Wees zo nauwkeurig als je in dit vroege stadium kunt zijn: vermoed je alleen om welke organisatie het gaat, of kun je je misschien zelfs al voorstellen welke afdeling binnen die organisatie het betreft, of wat de officiële functie van de verantwoordelijke is? Of vermoed je zelfs om welke individu het gaat, hoe hij of zij heet? We noemen de verantwoordelijke in de hypothese voor het gemak ‘de dader’.
Beschrijf de hypothese als een concrete handeling: iemand doet iets waardoor er in de omgeving zichtbaar of merkbaar iets verandert. Een gedachte of gevoel is géén concrete handeling omdat deze geen effect heeft op de omgeving. Waarom is het zo belangrijk dat er fysiek iets verandert? Omdat je de hypothese straks wil proberen aan te tonen. En je kunt alleen iets laten zien als je het zélf kan zien. Vraag je dus steeds af: wat kan ik hiervan zien?